De muzikale inspiratie van Fons Plasschaert (Symfonieorkest Nijmegen)
Violist Fons Plasschaert (80) was dertig jaar lang, van 1976 tot 2007, concertmeester van het Symfonieorkest Nijmegen, waarvan hij nu erelid is. Ook was hij eerste violist van het Animato Kwartet en is dat nu van het Valkhof strijkkwartet. Hij was ook voorzitter van de Stichting Bach Cantates Nijmegen. Sinds 1986 bouwt hij zelf violen. Fons was hoogleraar tandheelkunde en van 1990 tot 1994 rector magnificus aan de Radboud Universiteit. Zijn dochter is concertmeester van het orkest Flos Campi en zijn zoon speelt cello in het Philips Orkest in Eindhoven.
Bij het horen van welke plaat/artiest/componist besloot je muzikant te worden?
“Het is van mij geen actief besluit geweest naar aanleiding van een plaat, componist of artiest. Als zevenjarige kwam ik vanuit de lagere school in het jongenskoor van de kerk terecht in Hilversum, waar ik opgroeide. Van de stukken die we zongen kan ik me niet veel meer herinneren. In ieder geval betrof het de vaste gregoriaanse missen, een mis van Herman Strategier, het Alleluia van Händel, het Ave verum van Mozart en een mis van Mozart. Ook het Les bergers à la crèche uit L’enfant du Christ van Hector Berlioz herinner ik me goed, omdat ik dat een prachtig en ontroerend stuk vond. De tekst (fonetisch Frans) ontging me volledig. Ik wist alleen dat het iets met Kerstmis te maken had, want we zongen het in de kerstnacht.”
“Bij het repeteren tussen de middag had de koordirigent, mijnheer Mennen, ingevoerd dat we ook wel individueel iets moesten nazingen. Degene die dat foutloos deed kreeg wel als beloning een dubbeltje (10 cent). Kennelijk had ik een goed gevoel voor toonhoogte en mijn geheugen liet me toen nog niet in de steek, dus enkele dubbeltjes zal ik wel verdiend hebben. Wij zongen zeker niet iedere zondag de hoogmis, dat was voorbehouden aan het mannenkoor. Met het mannenkoor zongen we voornamelijk de hoogmissen op hoogtijdagen. Een hoogtepunt in het koorleven was de kerstnacht. Daarvoor werd hard gewerkt. De eerste nachtmis begon om drie uur uur en werd gevolgd door een tweede om vijf uur. Zo’n nachtmis was eigenlijk een hoogmis gevolgd door de dageraadsmis of herdersmis. Op eerste kerstdag was er dan nog de dagmis van kerstmis.”
“Tussendoor gingen we met het hele koor naar het parochiehuis om de hoek. Daar kregen we krentenbollen met chocolademelk (waarschijnlijk met een vel erop). Dan weer snel terug naar de kerk voor de missen van vijf uur. De eerste paar jaar werd ik wakker gemaakt om twee uur, kleedde ik me aan en liep alleen in het donker van huis naar de kerk. Bij het betreden van de kerk kon het contrast niet groter zijn: buiten alles aarde donker, binnen een prachtig verlichte en versierde kerk en dan volgde het inzingen. Ook die indrukken ‘alleen in het donker onder God’s sterrenhemel’ en dan binnenkomen in God’s huis om de geboorte van Jezus Christus te vieren in een zeer sfeervolle, prachtig versierde kerk heeft diepe indrukken achter gelaten.”
“Er is niets te veel gezegd als ik nu, na zoveel jaren, vaststel dat de zeven jaren zangkoor van mijn zevende tot en met mijn dertiende levensjaar zeer bepalend geweest zijn voor mijn eerste muzikale vorming. Zingen, zuiverheid, muzieknotatie (gregoriaans), harmonievorming, toonhoogte houden, onafhankelijke partij zingen, eerste kennismaking met stukken van grote componisten, et cetera. De tweede bepalende factor is geweest dat mijn vader, toen ik negen jaar was, voor mij een vioolleraar heeft gezocht en een driekwart viool heeft geregeld. Als tweede kind, eerste zoon, in een gezin van zes kinderen ben ik de enige die een leven lang zeer intensief muziek heeft gemaakt.”
Welke plaat/artiest/componist is van grote invloed geweest tijdens je carrière?
“Dat is ongetwijfeld Johann Sebastian Bach. In mijn middelbareschooltijd vond mijn vioolleraar, die een aanstelling bij Het Goois Muzieklyceum had, alhoewel ik altijd privé bij hem thuis les had, dat ik ook orkestervaring moest opdoen. Hij regelde dat ik in het ‘grote mensenorkest’ mocht meespelen dat onder leiding stond van de directeur van de muziekschool: Hans Brandts Buys. Zo heb ik ongeveer twee, drie jaar onder zijn leiding in dat orkest gespeeld en klom ik op tot aanvoerder van de tweede violen. Brandts Buys vroeg mij af en toe ook mee te spelen in de cantatediensten in de Nederlands Hervormde kapel aan de Albertus Perkstraat. Dat waren mijn eerste kennismakingen met de cantates van Bach, maar ook met musici van het Utrechts Studenten Koor en Orkest (USKO). Bijzonder waren de afsluitingen van het cantateseizoen bij Hans Brandts Buys thuis. Er werd in de tuin in juni, zomeravond, muziek gemaakt door het orkest: Brandenburgse concerten, soloconcerten. Een geweldige ervaring. Toen ik ging studeren heb ik me direct aangemeld bij het USKO, waar inmiddels Jaap Hillen de overleden Hans Brandts Buys had opgevolgd. Ik werd vrijwel meteen concertmeester. We hebben alle grote werken van Bach leren kennen en uitgevoerd. De vioolsolo in de Erbarme dich uit de Matthäus-Passion heb ik toen relatief vaak gespeeld. Mijn vrouw, met wie ik nu 56 jaar gelukkig ben getrouwd, zong in het koor. Zo hebben wij elkaar leren kennen. Vele jaren later in 2007 raakte ik als concertmeester en bestuursvoorzitter betrokken bij de Bach Cantates Nijmegen in de Petruskerk aan de Schependomlaan.”
Welk liveconcert heeft het meeste indruk op je gemaakt?
“Dat zijn de concerten geweest in mijn middelbareschooltijd door het Radio Philharmonisch Orkest onder leiding van Bernhard Haitink in de concertzaal van Grand Theater Gooiland in Hilversum. Met name het vioolconcert van Brahms, uitgevoerd door de jong overleden violist Michael Rabin, maakte diepe indruk. Hij was een van de meeste getalenteerde violisten van zijn tijd.”
Welke recent uitgebrachte plaat zouden we móeten luisteren?
Liza Ferschtman, viool (1 SACD | O-Card | Challenge Classics | 0608917275520 | CC 72755 | 02 February 2018)
Erich Wolfgang Korngold Violin concerto, Op. 35,
Leonard Bernstein : Serenade after Plato’s ‘Symposium’, prachtige muziek, gespeeld door een fantastische Nederlandse violiste.