Skip to main content

De Raad van Toezicht gaat door met toezicht houden

| Steven Trooster | Muziek
De Raad van Toezicht gaat door met toezicht houden
Teun Creemers | Foto: Steven Trooster

De Arnhemse band De Raad van Toezicht heeft, met de van origine Nijmeegse bassist en bandleider Teun Creemers, wortels in onze stad. De eerste aandacht kreeg de band met succesvolle optredens bij JIN Jazz in Brebl en de Music Meeting. Daarna ging het hard: van North Sea Jazz tot regelmatige gast in De wereld draait door. Binnenkort verschijnt het tweede album, 84. Reden genoeg om eens met de Arnhemse Nijmegenaar - of Nijmeegse Arnhemmer - in gesprek te gaan: “We zouden als buren beter met elkaar moeten samenwerken.”

Waar anders een gesprek voeren met Teun Creemers, dan op het terras bij Stoom, voor de deur van Brebl? De tent immers waar De Raad van Toezicht voor het eerst van zich deed spreken. Even kort hoe het allemaal begon: “De Raad van Toezicht is opgericht door Janik Hüsch, die in het laatste jaar van het ArtEZ conservatorium zat”, vertelt Teun. “Hij moest nog een vak doen om studiepunten te halen. Een van de mogelijkheden was het volgen van een van de speelvakken. Met een aantal goede medestudenten richtte hij een band op. Ikzelf was als enige al afgestudeerd. Het werd al snel een grote bezetting, met twaalf man.”

En al vrij snel succesvol.
“Ons eerste optreden was in 2015 in Brebl, waar we de kans kregen om ons voor het eerst te presenteren. Datzelfde jaar volgde een optreden op de Music Meeting. Dat gaf een eerste boost. Via een optreden op het Amersfoort Jazz Festival een jaar later, werden we geboekt voor North Sea Jazz. Dat laatste is iets wat je écht op je cv kunt zetten en weer kunt uitbuiten.”
“Na het uitkomen van onze eerste plaat werden we door Robert Soomer, artistiek manager van het Metropole Orkest, bij Matthijs van Nieuwkerk geïntroduceerd en mochten we optreden bij De wereld draait door. Je bent maar twee minuten op tv, maar direct na afloop hadden we tachtig cd’s verkocht en vijf concertaanvragen. Daarna zijn we een paar keer teruggevraagd om jong jazztalent te begeleiden.”

De Raad van Toezicht is een grote band met een niet alledaagse bezetting: twee gitaristen, twee toetsenisten, twee drummers, bass, viool en vier blazers.
“Dat is toevallig zo ontstaan toen we op het conservatorium zaten. Maar we proberen onze sound daar ook naar te maken. De drummers hebben ook percussie aan hun kit hangen en vullen elkaar aan. Als bijvoorbeeld Janik een ritme speelt met stokken, dan weeft Bouke (Hofma) met brushes een offbeat-patroon erdoorheen. Met toetsen heb je de mogelijkheid om te variëren in klankkleur van Rhodes en synthesizer. En de viool van Mirco (Wessolly) lijkt een vreemde eend, maar past zeker ook goed bij onze sound.”
“Een grote band vereist wel discipline. In het begin was alles nog democratisch en mocht iedereen overal zijn zegje over doen. Dat werkt niet. Nu zijn er vier die het voortouw nemen. Dat kan betekenen dat er een of twee leden van de band niet helemaal tevreden zijn met de keuze voor een mix. Maar dat blijf je altijd houden. De volgende keer zijn weer anderen minder blij.”

Tekst gaat verder onder de foto

Raad van Toezicht

In oktober verschijnt jullie tweede album, 84. In hoeverre verschilt deze van de vorige plaat?
“Bij een eerste album is het vooral een verzameling van composities die je op dat moment hebt. Heb je wel genoeg om een album te vullen? Bij een tweede plaat ben je kritischer. Niet al het materiaal wat je hebt is geschikt. Uiteindelijk zijn er acht nummers overgebleven. Inspiratie halen we uit allerlei hoeken: Snarky Puppy, de Beatles, Tigran Hamasyan, Laura Mvula, Salif Keita. De muziek is ook meer uitgekristalliseerd, het is een typisch Raad-geluid. En we hebben nu ook gastmuzikanten, zoals een percussionist en een zanger: Daniel Stoyanov.”
“De titel 84 is een verwijzing naar 1984 van George Orwell. Het eerste album had De Raad als titel, nu belichten we het andere gedeelte van ons naam: het toezicht houden.”

“Op vrijdag 12 oktober presenteren we het album in Luxor Live in Arnhem. Dat wordt een feestje. Daarna gaan we op tournee. Tijdens het Stranger Than Paranoia-festival in december staan we in Brebl. We zijn ook bezig om in Duitsland optredens te regelen. Er is in Noordrijn-Westfalen een regeling dat als een zaal de gage van de band niet helemaal kan betalen, de deelstaat het verschil aanvult. Voorwaarde is wel dat je als zaal leerlingen moet stimuleren om te komen. Een mooie regeling.”

En jullie hebben ook plannen in Brebl
“Omdat we zo’n grote band zijn is het moeilijk om repetities te organiseren met elkaar. Het leek ons efficiënter om twee dagen achter elkaar te repeteren. Dat mogen we doen in Brebl. Het idee is dat we dan op de tweede avond een presentatie geven van hetgeen we de dagen ervoor gedaan hebben. Het is experimenteel, zie het meer als een masterclass. Het publiek kan dan ook vragen stellen en wij leggen dingen uit. De eerste presentatie is op vrijdag 5 oktober. Dit gaan we om de drie maanden doen.”
“We willen (jonge) muzikanten helpen. We geven binnenkort een songbook uit om onze muziek te verspreiden en vorige week hebben we een masterclass gegeven voor eerstejaars op ArtEZ. Je wilt ze leren dat het niet alleen om de muziek gaat, maar bijvoorbeeld ook om de presentatie. Op de opleiding is het allemaal veilig, maar daarbuiten moet je het waarmaken en kun je het je niet permitteren om fouten te maken. Wij hebben voor onszelf ook een minimumnorm opgesteld.”

Wat vind je van het jazzklimaat in Nijmegen?
“Ik ben hier opgegroeid. Ik heb erg veel geleerd bij de jamsessies in café Odessa, waar je op maandag tot laat in de avond met elkaar muziek maakte. Het is jammer dat dit gestopt is; daarmee is wel wat verloren gegaan, want er is niet echt iets voor in de plaats gekomen. Je hebt als jonge muzikant nu veel minder kansen en gelegenheden.”
“Ik vind Brebl een te gekke plek. Dat is echt een centrum van jazz en Patrice (Zeegers) doet het als JIN Jazz-programmeur erg goed met een mix van grote namen en regionaal talent. Otis Park is ook zo’n prachtige plek. LUX en Doornroosje richten zich vooral op grote internationale namen. Het is safe dat je een John Scofield programmeert, daarmee heb je de tent vol, maar de jongeren bereik je er te weinig mee. Die gaan geen 28 euro neertellen. Het mag best gewaagder.”

“Ik woon nu in Arnhem. Daar is de sessiecultuur beter, maar zijn er minder concerten. We zouden als buren beter met elkaar moeten samenwerken. Arnhem is helemaal niet ver van Nijmegen. Een kwartiertje met de trein, wat is dat nu?”

Getagd onder


Deel dit artikel