Dans, lichamelijkheid en ook nog wat lachen bij Moving Futures
Drie dagen dans. Maar ook drie dagen experimenten, dansfilms en poëzie. Dat is het dansfestival Moving Futures, een reizend programma met voorstellingen van en door jonge makers van vijf productiehuizen. De pretenties liggen vrij hoog: de grenzen van dans onderzoeken en oprekken en het publiek uitnodigen om met een nieuwe blik naar de zeggingskracht van dans en beweging te kijken. Dat durfden Sandra de Ridder en Jan Maurits Schouten wel te ondergaan.
Moving Futures wil de dansnetwerken in Nederland versterken en dans onder de mensen brengen. En drie dagen dans? Nee, daar doen we ook niet moeilijk over; dan coveren ze alle drie. Sandra nam de donderdag en de vrijdag voor haar rekening. Jan Maurits de zaterdag.
Kafka en klank
Op de eerste festivaldag zie ik twee voorstellingen. Sophie Mayeux heeft zich voor Die Verwandlung gebaseerd op het gelijknamige boek van Franz Kafka. Dansers zijn verscholen onder goudglanzende reddingsdekens, van waaruit ze met behulp van windmachines sculpturen maken van insectachtige, dierlijke wezens. Een zeer beeldende, spannende en suggestieve vorm, die het evolutionaire proces van het leven zichtbaar maakt. Qua vormgeving dus heel interessant, maar de spanningsboog is te klein voor de duur van de voorstelling.
In Panflutes & Paperwork onderzoeken choreografe Ingrid Berger Myhre en componist Lasse Passage de relatie tussen dans en muziek. Op luchtige en humoristische wijze tonen zij de muzikaliteit in de herhaling van woorden, maar ook in de herhaling van bewegingen. De voorstelling start met een technisch zeer goed uitgevoerd woordenspel van dubbele woorden, ‘wait and see’, ‘fish and chips’, ‘come and go’, ‘surf and turf’. Waarbij ze door te spelen met klanken, tempo en klemtonen de muzikaliteit tonen. In een dansspel laten Myhre en Passage vervolgens via diverse herhalende bewegingen zien hoe ook hierbij via tempo, ritme en klemtoon muzikaliteit ontstaat. Panflutes & Paperwork is fragmentarisch en speels. In diverse vormen spelen de makers met elkaars discipline. Er ontstaat, door het sterke en geconcentreerde samenspel, een prachtig duet.
Health en heavy metal
Op de tweede dag plaatst Judith Clijsters het publiek voor Bored to Death in een grote kring zittend op het podium. Uit de boxen horen we ademen en zuchten. De danseres staat in het midden. Haar lichaam strakgespannen, gekleed in fitnessoutfit. Als het licht dimt gaat de beat aan en pompt ze zich op in strakke, opgefokte bewegingen. In de spannende geluidslaag wordt de healthcultuur bevraagd, terwijl Clijsters zich steeds harder in het zweet werkt. De stress die de overdreven fitnesscultuur in het lichaam veroorzaakt is zichtbaar. ‘After a few years the body gets bored to death’, horen we terwijl de danseres in koud licht passief op de grond ligt. Op zoek naar overgave en contact. Zo lijkt het, als ze langzaam opkrabbelt en ondersteuning zoekt bij de kring rondom haar. Er volgt een improvisatie waaraan het publiek deelneemt. Uiteindelijk wordt de danseres letterlijk door het publiek gedragen. Bored to Death is een spannende voorstelling. Met een duidelijke boodschap.
Hope & Heavy Metal van Sigrid Stigsdatter Mathiassen is een voorstelling met dans, zang en tekst. Langzaam en met moeite komt ze overeind, zo begint de voorstelling. Ze is zoekende en onwetend. Maar haar onwetendheid wordt overschreeuwd door de muziek en ze gaat door. We zien hoe ze haar vrouw-zijn onderzoekt. Soms hard en krachtig, soms verloren of sensueel. Ze wil hard zijn om staande te blijven, maar smeert zich in met lotion om zacht te worden. De choreografie zorgt voor spanning en inleving. In combinatie met gesproken woord en de muziek van Juliet Aaltonen ontstaat een intense en kwetsbare theatrale voorstelling.
Experiment
Op ‘mijn’ twee avonden is er een randprogramma bestaande uit dansfilms, experimenten en poëzie. Ik sluit de eerste avond aan bij Tim Hammer voor zijn Mens Vs. Machine-experiment. Het publiek onderzoekt samen met Hammer en danseres Fernanda van de Arnhemse Meisjes wat een beweging van een robot geloofwaardig maakt, wanneer de lichaamstaal in combinatie met spraak van de robot begrijpelijk is en we er sympathie voor kunnen voelen. Een interessant en tot de verbeelding sprekend onderwerp, dat uitnodigt om langer over na te denken en te onderzoeken.
De tweede avond kun je aan het Life-Line-experiment meedoen. Daarbij word je door middel van vragen aangezet na te denken over hoe jij je in je eigen lichaam voelt en waar je behoefte aan hebt. Afhankelijk van de antwoorden leidt het parcours je naar een filosofische vraag aan het einde van de Life-Line.
In poëzie samengevat
De avonden worden afgesloten door stadsdichter Wout Waanders. Hij schrijft over elke avond live een poëtische impressie. Door flarden tekst, beelden en ideeën uit het programma van die avond in een nieuwe vorm aan elkaar te verbinden, geeft hij in deze impressie een heel eigen blik op de avond. Ik herken in zijn tekst alles wat ik zelf de voorbije avond gezien en gehoord heb, terwijl hij er tegelijkertijd een extra dimensie, en daarmee betekenis, aan geeft.
De toekomst is moving en dat hebben de makers van dit festival met hun onderzoekende, kritische, kwetsbare of schurende voorstellingen maar weer bewezen.
Legendarische zaterdag
Ja, de zaterdag dus. De legendarische zaterdag waarop in de vroege ochtend van de zondag erop ene Duncan Laurence een Europees Liedjesfeest wint, in een optreden dat god zijn gedankt zonder dansers verliep.
Ik begin met frisse moed aan mijn Moving Futures-festivalervaring. Want dat is wat de organisatie je probeert te geven: een festivalervaring. De kaartjes zeggen: aanvang 20.00 uur in zaal 7 van Lux, maar bij de ingang aangekomen blijkt dat we eerst films over dans moeten gaan kijken in de Joris Ivens-zaal. Gelukkig wordt ons ook verteld dat dezelfde films, zonder muziek, tevens op de wand van het LUX-café vertoond worden. Beter. Kun je er wat bij drinken. Die films blijken nogal een allegaartje, van reclameachtig geproduceerde beelden van een danser in wat zo te zien een metrostation is, tot een niet opzettelijk knullig gemaakt studentikoos videootje van een aantal mensen in felgekleurde kleren, die iets onduidelijk dansachtigs doen op een galerijflat. Daartussen twee mooi gemaakte animaties, die niet veel met dans te maken hebben, en dan nog een best intrigerend, beklemmend filmpje, geschoten van een achteruit bewegende camera over een stoffige weg in een zonovergoten landschap. Op die weg danst een brunette in een rode lange jurk, haar gezicht met iets zwarts afgeschermd, geanonimiseerd. Ze volgt de camera. Kijken wij naar haar vanuit een auto? Haar bewegingen hebben iets strompelends, tollends: is ze bedwelmd? Gewond? Als dans is de video niet heel overtuigend, als sfeer straalt het een Kill Bill-levensgevoel uit.
Onbewuste manier bevragen
Ondertussen even een blik op het programma geworpen. We gaan dan om half negen wel degelijk de grote zaal 7 in, voor een voorstelling van NEON. He bah! Wat staat daar? ‘NEON haalt het publiek uit de dagelijkse structuur en geeft ze (sic) een fysieke zintuigelijke ervaring mee. NEON bevraagt in Körper de onbewuste manier waarop de meesten van ons hun leven leiden.’
En toen had ik dus al het verslag hierboven van Sandra gelezen, over het publiek dat uiteindelijk de bezwete danser het podium af moet dragen… Kijk: er zijn mensen die het heerlijk vinden om door kunstenaars geconfronteerd te worden met hun - vul maar in - nietswaardige leventje, burgerlijke moraal, kokervisie, of inderdaad, de onbewuste manier waarop ze hun leven leiden. Maar ik dus niet. Ten eerste heb ik geen kunstenaar nodig om me dagelijks te realiseren hoe nietswaardig en burgerlijk mijn leven is. Ten tweede houd ik er niet van om vreemde mensen aan te raken of dat er ervaringsspelletjes met me gespeeld worden.
Aristophanes’ eerste mens
Dus betreed ik met lood in de schoenen de zaal waar NEON met Körper mij een fysieke ervaring gaat geven. Maar... niets van dat alles! We mogen gewoon op onze stoelen gaan zitten! En naar een dansvoorstelling kijken! De tekst in het programma heeft kennelijk getracht de te verwachten esthetische ervaring van de voorstelling te omschrijven, met rampzalige gevolgen. Willen jullie dat niet meer doen? Omschrijven van een esthetische ervaring is een vak. Het mijne.
Körper is een wonderschone, volwassen, intrigerende voorstelling, gedanst door de frêle Deense Nanna Jensen en de gespierde lange Duitser Leon Franzke. De voorstelling begint met een totale versmoltenheid van de twee, zoals Aristophanes volgens Plato de oorspronkelijke mens omschreef, als een eenheid van man en vrouw, als een bolletje met vier armen en vier benen. Daadwerkelijk vinden de dansers een manier waarop Franzke ruggelings op zijn ellebogen en voeten voortbeweegt, terwijl Jensen haar voeten op zijn handen en haar handen op zijn knieën steunt. Heel fysiek, heel beheerst en elegant. Het getjirp van vogels en de soepele en tedere bewegingen van dit deel van de dans versterken het paradijselijke effect.
Maar, terwijl Jensen een solo danst, voornamelijk op de grond, met een regelmatig terugkerende pose die op baren of vrijen lijkt, in ieder geval op haar vrouwelijkheid wijst, kleedt Franzke zich op het podium om in een tweedelig pak met das en trekt er schoenen met hoge hakken onder aan. Niet veel later is ook Jensen zo gekleed. Vanaf daar ontwikkelt zich een dans die over streven en vallen gaat, over van elkaar afdrijven, elkaar zoeken, onderdrukken en uiteindelijk de banden van de maatschappij verwerpen en liefhebben.
Körper is een volwaardige voorstelling die, zoals dans kan, een verhaal vertelt en tegelijk geheel zichzelf is. Genieten, dus.
Zelfingenomen matrone
Daarna gaan we weer in ‘festival-mode’: we moeten de zaal uit. Een deel van het publiek kiest voor het café, andere duiken de Ivens-zaal in of steken buiten een rokertje op. Een handvol mensen kiest voor een gesprek in de Studio-zaal. Gespreksleider is een nogal zelfingenomen matrone, die Annelie David blijkt te zijn, die - onder veel meer - gedanst heeft bij en choreografieën heeft geschreven voor het Nationale Ballet.
En dan komt dus tóch nog het zo gevreesde ervaringsspelletje, al valt het mee. David commandeert de bezoekers zonder veel plichtplegingen om staande in de ruimte een paar oefeningen te doen. Waarom blijft duister. Daarna volgt een gesprek met de twee makers van NEON. Daar komt weinig uit, behalve de totaal verrassende opmerking van Franzke dat hij transgender is. Daar is nu werkelijk op geen enkele manier iets van te merken of te zien en ook de thematiek van Körper lijkt niet echt hierover te gaan. Verder blijkt David het soort vragensteller dat zelf lang aan het woord blijft en dan bijvoorbeeld vraagt of de dansers ook vinden dat de moderne dans in een crisis verkeert, en of het niet zo is dat de moderne dans al vormen aan het vinden is om aan die crisis te ontkomen. Daarop antwoordt Jensen dat de hele wereld in een crisis is en dat de dans daar een reactie op is. Mooi. Weten we dat ook weer.
Humor
Hierna verplaatsen we ons weer allemaal naar zaal 7 voor de voorstelling Lullaby van Piet van Dycke en Annemijn Rijk. Deze dansers bevinden zich duidelijk wat vroeger in de danscurve dan het vorige dansstel. Je ziet op die manier nog wel extra duidelijk hoe goed NEON eigenlijk is.
Ook Van Dycke en Rijk zijn heel fysiek en atletisch, op het acrobatische af, maar de ene vorm gaat niet altijd moeiteloos over in de andere; er is een haperen, een zoeken, dat steeds even de flow verstoort. Wel goed en knap, maar soms schuurt het dus een beetje.
Wat deze dansers wél anders maakt dan anderen, is dat ze humor in de voorstelling brengen. Een humor die zich, doordat hij is ingebed in de kunstvorm die ze brengen, pas langzaam duidelijk wordt. Want dat ze de voorstelling beginnen met windjackjes aan en vissenmaskers op, die ze al snel ophangen aan grote vishaken, dat past nog in theatrale mise-en-scène. De humor komt uit het bewegingspatroon: soms heel bewust even wiegen met de heupen, wat in noch moderne noch klassieke dans gebruikelijk is. Een choreografie, die een paar keer terugkomt, waarin Rijk haar danspartner in een ongemakkelijke positie achterlaat, dat steeds op dezelfde manier weer opheft, maar de laatste keer opeens niet… ik moet een paar keer echt lachen en dat had ik niet verwacht.
Ook deze avond wordt afgesloten met een gedicht van Wout Waanders, die met zijn bekende cut-up techniek flarden van wat op de avond gepasseerd is hecht aan een rode draad. Alweer grappig. En dan moet de lange avond van ‘douze points’ nog echt aanbreken.

Pop-up performance door ID Dance - © Steven Ligthert
-
WatMoving Futures
-
WaarLUX
-
Wanneer16-18 mei 2019