'Een fotograaf moet zich niet afvragen hoe, maar waarom hij wil fotograferen.'
Momenteel is in het Afrika Museum te Berg en Dal de fototentoonstelling Before They Pass Away te zien, van de internationaal vermaarde fotograaf Jimmy Nelson (1967). Voor dit project reisde Nelson vijf jaar rond de wereld om inheemse volkeren vast te leggen, voordat de oprukkende beschaving hun cultuur en levenswijze voorgoed verandert. Afgelopen zaterdag was Nelson in het Afrika Museum om een lezing te verzorgen bij deze indrukwekkende expositie. Ugenda sprak met hem.
Je hebt aangegeven dat het werk van de Amerikaanse fotograaf Edward Sheriff Curtis (1868-1952) een grote inspiratiebron is geweest voor het project Before They Pass Away. Wat was hetgeen dat je aantrok in Curtis' werk om dit project te ondernemen?
'De iconografie, vooral. En ook de controverse eromheen. Curtis kreeg namelijk veel kritiek te verduren (hij zou de levenswijze en leefomgeving van de Noord-Amerikaanse indianen die hij rond 1900 fotografeerde in scène hebben gezet, RC), terwijl hij iets ontzettend moois creëerde. Nu zijn de indianen daar ontzettend trots op de iconografische beelden die Curtis van ze maakte, en zeggen zelfs dat ze door zijn foto's een geschiedenis hebben gekregen, een cultureel verleden dat door Curtis is vastgelegd voordat het voorgoed verdween. Dus niet alleen de beelden, maar ook de discussie daaromheen: 'wat is echt, en wat niet?', interesseerde me. In Amerika wordt er altijd geklaagd over het feit dat ze geen geschiedenis hebben. En dat terwijl één van de meest rijke etnische culturen ter wereld pal onder de neus van de blanken leefde. Amerikanen hebben dus wel degelijk een geschiedenis, alleen zijn ze zelf verantwoordelijk voor het wegvagen van het indiaanse deel ervan. Curtis heeft een poging gedaan die geschiedenis en cultuur vast te leggen, en zo één van de meest waardevolle fotocollecties ooit gecreëerd. Wat me daarnaast ook aantrok is de schaal van de onderneming waaraan Curtis begon. Ik heb nu een complete caravan met uitrusting en crew tot mijn beschikking. Hij trok in zijn eentje, met slechts een ouderwetse camera met plaatnegatieven, dwars door Noord-Amerika, een gigantisch continent. Ondertussen maakte en ontwikkelde Curtis zijn foto's, en na al die reizen moest hij al die foto's ook nog ordenen en uitgeven, echt een enorme klus.'
Is de titel van je fotoboek, Before They Pass Away, een bewuste verwijzing naar The Vanishing Race, de titel waaronder Curtis zijn foto's van de Noord-Amerikaanse indianen publiceerde?
'Niet zozeer. Ik heb de titel bewust gekozen omdat deze confronterend werkt, zodat mensen zich gaan afvragen wat er precies gaat verdwijnen of sterven. Een wat bloemrijkere titel mist dat effect. Natuurlijk overlijdt er niets of niemand in letterlijke zin, in overdrachtelijke zin daarentegen wel, namelijk de culturele identiteit van de volkeren die ik heb gefotografeerd. Uiteindelijk worden ze ingelijfd door onze moderne, westerse beschaving. Misschien onvermijdelijk, maar het gaat erom hoe dat proces van acculturatie verloopt, en hoe wij hier in het westen daarmee omgaan.'
Heeft fotografie als een manier om een cultuur etnografisch / antropologisch vast te leggen altijd al jouw belangstelling gehad?
'Ik ben vanaf mijn jeugd al bezig met het fotograferen van inheemse volkeren en culturen, onder andere in Tibet en Papoea Nieuw-Guinea. Maar ik dacht toen niet zozeer na over de reden waarom, ik vond het gewoon mooi en zag mijn foto's meer als een manier om contact te maken met de mensen daar. Nu, mede door de vragen die me gesteld worden naar aanleiding van mijn laatste boek, ben ik meer bewust bezig met mijn motivatie achter mijn fotografie. En dat is in het geval van Before They Pass Away het creëren van een iconografisch portret van deze volkeren, voordat hun unieke levenswijze verdwijnt of verandert.'
Denk je dat het mogelijk is om via fotografie een cultuur objectief vast te leggen?
'Nee. Elke foto die je maakt is subjectief. Sebastião Salgado, een beroemde Braziliaanse fotograaf, maakt bijvoorbeeld zwart-wit foto's. Iedereen vindt ze prachtig, terwijl dezelfde foto's in kleur oerlelijk zijn. Dus elke fotograaf maakt een keuze in hoe hij/zij fotografeert, en dat is prima. Je moet alleen wel kunnen verantwoorden waarom je die keuzes maakt. Ik maak natuurlijk ook keuzes in mijn foto's, omdat ik door mijn werk discussie wil aanzwengelen. Soms vragen beginnende fotografen wel eens aan mij welke camera ze het beste kunnen aanschaffen. In mijn ogen is dat de verkeerde vraag; je moet je eerst afvragen wat jouw verhaal is, en wat je via je werk wilt communiceren. Als je een antwoord hebt op die vragen dan vind je vanzelf een medium, of dat nu fotografie is, schilderkunst, literatuur, muziek of wat dan ook. Dus fotografen moeten zich niet zozeer afvragen hoe ze willen gaan fotograferen, maar waarom ze dat willen doen. Zelfs prijswinnende World Press foto's geven een vertekend beeld van de realiteit. Hetgeen zich buiten het kader bevindt is iets anders dan wat je door de lens ziet. En dat is prima, fotografie is nu eenmaal geen objectief medium.'
Ik kan me voorstellen dat je zoiets zegt over bijvoorbeeld film, maar om fotografie hangt toch een zweem van objectiviteit.
'Een filmmaker heeft tal van middelen ter beschikking om een beeld van de werkelijkheid te creëren (geluid, camerawerk, belichting, montage etc.). Het is veel moeilijker om goede foto's te maken, omdat daarin al die lagen ontbreken. Echt iconische foto's, die een moment van de geschiedenis vangen en daarna de tand des tijds blijven doorstaan, daarvan maakt een goede fotograaf er met veel mazzel vier of vijf in zijn leven. En het is de creatieve zoektocht naar dat iconische beeld die me fascineert.'
Je hebt voor het maken van de foto's in de expositie gebruik gemaakt van een technische camera met plaatnegatieven. Waarom heb je voor deze meer bewerkelijke manier van fotograferen gekozen, en niet voor een digitale camera?
'Die manier van fotograferen vergt meer tijd, en daardoor maakte ik meer contact met de mensen voor de camera. Daarnaast dwong dit proces me ook om me volledig te focussen. Ik kon namelijk pas na terugkomst van mijn reizen zien of mijn foto's gelukt waren, en kon het me dus niet veroorloven om mijn aandacht te laten verslappen. Want dat had slechte foto's opgeleverd, die ik niet had kunnen overdoen.'
Je bent nu dertig jaar actief als fotograaf. Wat zie je als je grootste prestatie tot nu toe?
'Mijn verlangen om volledig onafhankelijk te zijn, zowel financieel als projectinhoudelijk. En dat is altijd iets dat 'morgen' gaat gebeuren. En de vrijheid om mijn volgende reis te kunnen plannen. Ook mijn vermogen om me te onderscheiden zie ik als een prestatie, want tegenwoordig fotografeert de hele wereld.'
Wat zijn je toekomstige plannen / projecten?
'Ik wil doorgaan met het project Before They Pass Away, maar meer de diepte in. Ik wil terug naar de mensen en plekken die ik heb gefotografeerd om te zien hoe het hen nu vergaat, maar ook om een antwoord te formuleren op de vragen die in Before They Pass Away worden opgeworpen. Daarnaast wil ik ook nieuwe stammen gaan fotograferen, om zo het project inhoudelijk nog rijker en waardevoller te maken. Aan de eerste fase van Before They Pass Away heb ik vijf jaar gewerkt, en met het vervolg verwacht ik twee tot drie jaar bezig te zijn. Insjallah. Dus er blijft nog genoeg te zien en te doen.'
De tentoonstelling met foto's van Jimmy Nelson is nog t/m 14 juni te bezoeken in het Afrika Museum in Berg en Dal.
Fotografie: Laura Hendrikx
Getagd onder
-
WatLezing en expositie Jimmy Nelson
-
WaarAfrika Museum, Berg en Dal
Rob Comans
Cultuurwetenschapper / filmhistoricus / cultureel redacteur.