Skip to main content

Wilde Mossels light: Joe Speedboot

| Peter Verstraten | Column
Wilde Mossels light: Joe Speedboot
Joe Speedboot

Hoe zullen we Joe Speedboot van Sam de Jong, gebaseerd op het gelijknamige boek van Tommy Wieringa, eens bondig omschrijven? Als ‘Wilde Mossels light’? Deze film uit het jaar 2000 van Erik de Bruyn was vorig jaar nog eens te zien in het kader van het jubileum van LUX; Joe Speedboot draait vanaf donderdag in de filmtheaters. ‘Wilde Mossels light’, is dat genoeg eer voor een verfilming die met hooggespannen verwachtingen is omgegeven? Is dat genoeg voor een film van De Jong die tot dusver is opgevallen met drie uitdagende en dwarse speelfilms: Prins (2015), Goldie (2019) en Met Mes (2022). Met name die laatste twee zijn door een gebrek aan belangstelling slechts een vage voetnoot in de Nederlandse filmgeschiedenis, dus alle begrip dat De Jong een publieksvriendelijkere koers vaart.

Joe Speedboot is in twee delen opgedeeld, aangekondigd door het motto aan het begin. De samoerai kent twee wegen, die van het penseel en die van het zwaard. Omdat Fransje Hermans door een ongeluk met een landbouwmaaier in een rolstoel belandt, denkt hij dat het zwaard niet mogelijk is, en (dus) maakt hij uitvoerige handgeschreven dagboekaantekeningen in schriften. Meteen vanaf het begin wordt daaruit voorgelezen door PJ, de klasgenote met haar ‘aardappelhuid en zwarte haar’ op wie hij van meet af aan verliefd is.

Wellicht in een drang om schatplichtig te blijven aan de toon en stijl van de roman horen we haar voice-over veelvuldig. Die keus wordt vast gelegitimeerd door het feit dat Fransje indruk wil maken op haar ter compensatie van zijn fysieke handicap: zij mag als enige zijn schrijfsels inzien op voorwaarde dat ze die hardop en volledig voorleest. Het is niettemin een wat gemankeerd vertelmiddel om beeldmateriaal met (te) veel tekst te ondersteunen. Bovendien krijgt die hele verliefdheidsgeschiedenis nooit echt vleugels. Dat Fransje in de tweede helft, als hij een gespierde worstelarm heeft ontwikkeld, in PJ een muze ziet die hem inspireert om wedstrijden te winnen – dat blijft haar meest fundamentele bijdrage. Om die liefdeshunkering zal de film niet herinnerd blijven worden, en als dat wel zo is omdat PJ bekent dat ze op ‘intelligentie’ valt, dan niet op positieve gronden.

Joe Speedboot st 7 jpg sd low 1


Creatieve flierefluiter

Voor zover Joe Speedboot vleugels krijgt, moeten we dat letterlijk opvatten. Het titelpersonage met zijn gefingeerde naam is een nieuweling in het dorp Lomark – de opnames zijn overwegend in het Brabantse Lith gedraaid. Hij is een creatieve flierefluiter met gisse invallen, die op een gegeven moment besluit om een provisorisch vliegtuig te bouwen en dat ook daadwerkelijk van de grond krijgt, zij het kortstondig.

Terwijl iedereen in het dorp Fransje tolereert, knoopt Joe (Tobias Kersloot) een heuse vriendschap met hem aan, en De Jongs film heeft Joe broodnodig. Als hij uit beeld verdwijnt, omdat hij bijvoorbeeld aan de kunstacademie gaat studeren, dan verliest Joe Speedboot gelijk de nodige flair. Hij keert overigens snel weer terug van de kunstacademie, want hij vindt het te vermoeiend om steeds te moeten uitleggen waarom hij iets maakt zoals hij het maakt. Het is die mentaliteit van Joe die De Jong, gezien zijn eerdere werk, moet hebben aangesproken om dit project op te pakken.

Het bijzondere aan Joe, zo zal Fransje in zijn dagboek schrijven, is dat die iets in Fransje heeft gezien waar deze zichzelf niet van bewust was. Het is uitsluitend dankzij Joe dat Fransje zijn armspierkracht gaat trainen om te gloriëren tijdens redelijk betaalde toernooien. Zo wint Fransje al snel duizend gulden, want de hele film speelt zich af vóór de komst van de euro en de mobiele telefoon.

Misschien heeft De Jong ook daar naar gezocht: iets in Fransje, die immers zijn hoofdpersonage is, te ontdekken wat niet voor de hand ligt. Hij heeft alleen niet helemaal aangeboord wat hij wellicht hoopte te vinden.

Joe Speedboot st 3 jpg sd low

Markante Ier

En daardoor is Joe Speedboot al met al op een ‘light’-versie van Wilde Mossels uitgedraaid. Die film van De Bruyn van ruim 25 jaar geleden wordt voortgedreven door een combinatie van ruw realisme én van verbeeldingskracht. Aan de ene kant is de jonge twintiger Leendert (Fedja van Huêt) vastgeklonken aan Bruinisse: hij heeft er zijn vaste vrienden, werkt als monteur op de werf van zijn stiefvader en heeft zijn oog laten vallen op Janine, een ‘dorpstutje’ volgens zijn moeder die zelf divagedrag vertoont.

Aan de andere kant hunkert Leendert naar een ‘poëtischer’ bestaan, en dat wordt met name aangewakkerd door de Ier die over de Zeeuwse wegen toert in een grote Amerikaanse slee. Leendert heeft hem samen met zijn twee vrienden een keer door het dorp zien rijden, maar hij zal hem op een merkwaardig moment daadwerkelijk spreken. Leendert doet mee aan een onofficiële motorwedstrijd, maar nadat zijn laatst overgebleven concurrent is gevallen, rijdt hij alleen over de met grasvelden omzoomde weg. Een finish is nooit in zicht: wel staat die markante Ier met zijn slee met pech naast de weg.

Via die Ier krijgt Leenderts ongearticuleerde verlangen naar een andere plek vastere vorm. De vreemdeling pocht over Dublin, maar vertelt zelf dat hij in een ‘no man’s land’ leeft. Als Leendert een cassettebandje met een telefoonnummer krijgt, probeert hij de Ier een paar keer te bellen, maar deze neemt nooit op. Is die man een schim? Wilde Mossels appelleert aan een fantastisch universum dat voorbij Zeeland reikt.

Joe uit De Jongs film, daarentegen, heeft wonderlijke ideeën, maar die blijven praktisch genoeg om ze ook ten uitvoer te brengen. Een kameel is een prachtig vervoermiddel in de woestijn, maar is een shovel dat misschien ook niet? En dus doet Joe mee aan Parijs-Dakar, met een shovel. Het klinkt idioot om een vliegtuigje te bouwen, maar zoals we tegen het einde nog eens zullen zien, het kan wel. Joe mag dan het luchtruim kiezen, Joe Speedboot blijft echter te zeer in de klei geworteld.