Skip to main content

‘Hollands’ glorie? Straatcoaches vs Aliens, Alpha., Julie zwijgt

| Peter Verstraten | Column
‘Hollands’ glorie? Straatcoaches vs Aliens, Alpha., Julie zwijgt

Belangrijkste filmnieuws van afgelopen week (nee, heeft niets van doen met relletjes rond Oscarnominaties): ondanks het stopzetten van de subsidie door de gemeente Utrecht blijft het Nederlands Film Festival (NFF) in de Domstad, maar wordt het programma afgeslankt. En dat in een week waarin naast tal van andere films ook drie Nederlandse bioscooptitels worden uitgebracht. Ik kon alleen Iedereen is van de wereld van Mark de Cloe nog niet zien.

De vaderlandse pers had sterren te over voor Straatcoaches vs Aliens van Michael Middelkoop, te zien in Vue en Pathé. De film is geproduceerd door Lemming Film, verantwoordelijk voor enkele van de betere Nederlandse films van de laatste jaren: art-house producties als Sweet Dreams van Ena Sendijarević, Melk van Stefanie Kolk en Mr. K van Tallulah H. Schwab (allemaal besproken op Ugenda). Maar Straatcoaches vs Aliens is totaal anders, een hilarische over-the-top sci-fi komedie, die je kunt vergelijken met het doldwaze Mars Attacks! (Tim Burton, 1996) of het vermakelijke Shaun of the Dead (Edgar Wright, 2004), terwijl het zelf verwijst naar Independence Day en Men in Black.

Afgezet tegen zijn vorig jaar gepresenteerde Dit is geen Kerstfilm (3 Gouden Kalveren), schakelt Middelkoop nu een versnelling hoger. In de proloog wordt een bouwvakker in Schijndrecht in 1982 door een lange staart te grazen genomen. Zijn collega die getuige was, zal een verdwaasde zwerver worden. Het heden, 2025, opent met een fantastische camerabeweging en introduceert twee straatcoaches, met geringe ambities. De ene moet op het hondje van zijn vriendin passen, en vanaf daar gaat het mis. In anderhalf uur krijgen we blauw slijm dat zombies creëert, een politieagent die immuun is voor het virus, helium als tegengif, politiek Den Haag dat de volksbuurt wil platleggen om ruim baan te geven aan een projectontwikkelaar, die dure huizen in plaats van sociale woningen wil bouwen.Straatcoaches vs Aliens st 14 jpg sd low

Zoals de witte, lagere klasse in Flodder (Dick Maas, 1986) zich als positieve underdog kon profileren tegenover de rijke buurtbewoners, zo dient in Straatcoaches vs Alien een multiculturele groep zich te verenigen tegen zowel zombies als een verbond van politici en kapitalisten om een ramp af te wenden. Dat klinkt maatschappijkritischer dan het is, want de film biedt vooral popcornspektakel – op niveau, dat wel, waarmee de film zich in een nationale traditie van onbehouwen humor schaart (Vet hard; New Kids Turbo). Het is Middelkoop gegund dat die succes boekt of misschien zelfs Gouden Kalveren-nominaties binnensleept, ook al zal Straatcoaches vs Aliens niet of nauwelijks bijdragen aan een nadere internationale profilering van de Nederlandse cinema.

Majestueuze omgeving

Alpha. van Jan-Willem van Ewijk is, daarentegen, wel een klein internationaal paradepaardje. Van Ewijks film was te zien in een zijprogramma van het filmfestival in Venetië en werd door een jury gekozen als sterkste film in die sectie. Uit het rapport: een geloofwaardige studie over vader en zoon die wars is van sentimentaliteit. Alpha. zou geheid geselecteerd worden voor het Forum van de Regisseurs, een speciaal blok op het NFF waarvoor jaarlijks acht filmmakers met een eigenzinnige visie werden uitverkoren. Maar door financiële nood gedwongen zet het NFF deze in 2015 opgezette rubriek (tijdelijk?) in de ijskast.

Voor zijn uitmuntende cinematografie van Alpha. werd Douwe Hennink geholpen door de majestueuze omgeving van de Zwitserse Alpen waar de film is opgenomen, ook al is mij niet helemaal duidelijk waarom die weidse zichten geschoten zijn in een 4:3 aspect-ratio, het formaat van oude televisies. Het antwoord zal vast iets zijn als: met dat formaat wordt aangegeven hoe beklemmend de relatie tussen vader Gijs en zoon Rein is. Oftewel, die keus is bepaald door psychologie in plaats van esthetiek.Alpha st 2 jpg sd low

Na de dood van zijn moeder, nu drie maanden geleden, is zoon Rein naar een skigebied gegaan om er als snowboardleraar te werken. Vader komt hem opzoeken en zoon maakt een juiste inschatting als vader inmiddels al weer een prille liefde heeft, met de gescheiden Lisa die nota bene jonger is dan Rein zelf. En dan komen we weer uit bij wat de zwakke stee is van de Nederlandse cinema: hoe fraai Alpha. ook oogt, hoe fijn er geacteerd wordt, het scenario gaat mank aan goed drama, zeker in de eerste helft.

Dit is weer zo’n typische Nederlandse film die gegrond is in een invoelbaar realisme. Rein ergert zich zichtbaar aan zijn vader, omdat deze te amicaal omgaat met zijn vrienden, tenenkrommende opmerkingen maakt of gênante vragen stelt. We zitten naar schurend ongemak te kijken, maar wezenlijke dilemma’s ontbreken verder. Van de tweede helft knapt de film op, omdat de psychologische motivatie dan tenminste wordt aangelengd met een (te) gevaarlijke tocht langs steile bergwanden. Dan wordt de fotogenieke setting ook sterker uitgebuit.

Potentieel

In een recent verschenen artikel in het gezaghebbende filmtijdschrift Variety werd ‘Dutch cinema’ veel potentieel toegedicht. Dat werd onderstreept door te wijzen op de volgende titels: het Amerikaanse Babygirl werd geregisseerd door de Nederlandse Halina Reijn, plus Nederland heeft twee Oscarnominaties. De ene is voor de korte animatiefilm Wander to Wonder van Nina Gantz (dochter van Loes Luca) en de andere voor de korte film I’m Not a Robot van Victoria Warmerdam. Volgens de huidige dagkoersen gaat die laatste zelfs winnen. En ja, die ís ook heel erg goed.

Voor het gemak telde Variety echter Soundtrack to a Coup d’Etat van Johan Grimonprez, die als Belgische inzending een Oscarnominatie voor Beste Documentaire op zak heeft, ook als Nederlands, want Frank Hoeve van Baldr Films – producent van Alpha. – was er als coproducent bij betrokken. Ja, als we zo redeneren dan wordt het nog wel wat met de Nederlandse cinema, want Hoeve was ook coproducent bij het fraaie Indiase All We Imagine as Light van Payal Kapadia, binnenkort in LUX te zien.

Manipulatieve tenniscoach

Dan kun je Julie zwijgt van de Belg Leonardo Van Dijl ook (een beetje) Nederlands noemen, want mede mogelijk gemaakt door subsidie van het Nederlands Filmfonds. Maar deze film die nu in LUX draait, lijdt aan eenzelfde, Hollands, euvel als Alpha.: een in wezen explosief onderwerp krijgt een tamme uitwerking, want het script is te zeer opgehangen aan psychologisch realisme.

De coach van het jeugdige tennistalent Julie Devriendt is in opspraak geraakt na een zelfdoding van pupil Aline. Hij wordt op non-actief gesteld en er wordt een politieonderzoek gestart. Julie heeft nog heimelijk contact met haar verstoten coach, via de app, aan de telefoon, en één keer een ongemakkelijk gesprek aan een tafel. Daaruit wordt wel gelijk zijn manipulatieve karakter duidelijk: hij blijft maar verkondigen dat zijn vervanger haar niet verder zal helpen in haar beloftevolle loopbaan. Julie worstelt zichtbaar met wat er mogelijk is voorgevallen – als haar nieuwe coach alleen al een keer haar elleboog aanraakt om haar service bij te sturen, is ze al van haar à propos.Julie Zwijgt st 5 jpg sd low

Nu kun je tegenwerpen dat films van Robert Bresson ook vlak zijn, maar bij hem is het monotone onderdeel van zijn esthetische opvatting: hij wilde films radicaal ontdoen van psychologie. De gelaatsuitdrukking van personages is altijd uitgestreken, want we kunnen hen niet beoordelen op hun zielenroerselen, enkel op hun handelen. Als de kijker wil weten waarom een personage doet wat die doet, dan moet de kijker dat zelf maar invullen.

Anders dan Bresson wil Julie zwijgt wel degelijk een psychologisch realistische logica aanhouden. Volgens die logica zijn al die stiltes of oppervlakkige gesprekjes vast correct. Consequentie is dat zo’n dertig keer aan Julie ‘ça va?’ of ‘alles oké?’ gevraagd wordt, met steeds een obligaat antwoord, en dat gaat stationair aanvoelen, op het saaie af. Anders dan bij Bresson kan de kijker al die stiltes veel te makkelijk invullen: Julie weet ergens dat haar coach zich fout heeft gedragen, maar ze kan de solidariteit met hem niet helemaal opgeven, en dus houdt ze de kaken stijf op elkaar.

Miséricorde (nogmaals)

De keus voor een psychologisch realisme maakte Julie zwijgt daardoor vlakker dan strikt noodzakelijk. Goh, hoe veel liever heb ik dan die wat perverse logica in Miséricorde van Alain Guiraudie waar ik ook de tweede keer nog even enthousiast over ben. En hoe gepast was het om deze film aansluitend te zien op de vertoning van een Buñuel-film, want ook Buñuel wist wel raad met gluiperige geestelijken. Door zijn kennis over morieljes (een paddenstoelensoort) heeft de priester in Miséricorde een situatie in de smiezen die hij zal uitbuiten ook. Dat hij bereid is tot vergiffenis lijkt vooral bepaald te worden door zijn erotische drift.Mis ricorde st 5 jpg sd low 1

Een mooie jongeman, levenslang achter de tralies: dat heeft geen zin, is verspilling. Een moordenaar met gewetenswroeging: dat mag pas zo heten als die bereid is te sterven opdat zijn slachtoffer weer zal leven. Een niet-beantwoorde liefde: ik kan ook best leven met een bepaalde mate van affectie. Terecht stelde Bor Beekman in de Volkskrant dat enkele scènes uit Guiraudies film lijken op het donkerkomische idioom van Alex van Warmerdam. Inderdaad, de onderkoelde wijze waarop de priester zijn vuistregels uiteenzet, heeft verwantschap met de zo ijzerenheinig gespeelde principes van de postbode uit Van Warmerdams De Noorderlingen (1992). Zal ik nog een derde keer gaan?


Deel dit artikel