Skip to main content

Mode voor morgen. Tussen expressie en duurzaamheid.

| Jacqueline Winnen | Woord
Mode voor morgen. Tussen expressie en duurzaamheid.

Op dinsdag 10 maart bezocht ik in LUX een lezing verzorgt door het Soeterbeeck programma met de titel: ‘Mode voor morgen. Tussen expressie en duurzaamheid’. De zaal zat vol, met voornamelijk vrouwen. Aangezien ik zelf een achtergrond heb in de mode was ik wel benieuwd wat deze avond zou brengen. Prof. dr. Anneke Smelik en modedocent José Teunissen gaven een lezing en de ArtEZ studenten Katya von Vaupel-Klein en Tessa Kreunen hielden een presentatie. Lisa Doeland, filosofe en programmamaker van het Soeterbeeck Programma, was deze avond de gespreksleider.

Voor de pauze

Anneke Smelik trapte af met een lezing over de functie van mode. Waarom dragen wij kleding? Ter bescherming? Kuisheid? De conclusie is dat we vooral en in de eerste plaats kleding dragen om onszelf te decoreren. Het vormt je identiteit. Je laat er mee zien wie je bent en tot welke groep je behoort, ook al zijn wij ons daar niet altijd even bewust van. Hoe origineel wij ook denken te zijn in onze outfit, ieder van ons past wel in een of ander hokje. Zoals geweldig verbeeld in het fotoboek ‘People of the Twenty-First Century’ van Hans Eijkelboom of op de website www.exactitudes.com. Onder welke categorie val jij? Allemaal willen we authentiek zijn en dus blijven we op zoek naar dat ene jasje, die ene broek of trui om ons imago compleet te maken. Elk seizoen weer, en tegenwoordig wisselen de collecties bij veel modeketens zelfs om de zes weken. Helaas vergeten wij in ons verlangen naar originaliteit welke consequenties dit heeft. Arbeiders in lagelonenlanden die worden uitgebuit omdat modeketens voor een zo laag mogelijke inkoopprijs gaan omwille van winstbejag. Naar de kwaliteit van de stoffen wordt nauwelijks nog gekeken. En dan hebben we het nog niet over de belasting van het milieu.

Anneke Smelik leidt momenteel een onderzoek voor het Radboud Universiteit in samenwerking met ArtEZ, TU Eindhoven, Philips en het textielmuseum in Tilburg naar hoe technologie geïntegreerd kan worden in de mode, onder de naam Crafting Wearables.

José Teunissen vertelt over de huidige veranderingen in de modewereld. Veel grote modeontwerpers hebben het moeilijk op dit moment of gooien het roer om. Zo stoppen Victor en Rolf met hun Prêt-à-porter (confectie) collectie en gaan alleen nog maar verder met het maken van haute couture (exclusieve maatkleding). Daarbij is het geen geheim dat veel grote modehuizen hun grootste inkomsten genereren uit de verkoop van onder andere parfums en accessoires. José refereert hierbij naar het manifest van trendwatcher Lidewij Edelkoort ‘De mode is dood. Leve het kledingstuk’.

Fast Fashion

In de jaren 90 is de ‘fastfashion' ontstaan door modeketens als de H&M en Zara en de opkomst van de webshops. Niet meer elk seizoen maar elke zes weken hangen de winkels nu vol met nieuwe collecties, om zo nog meer en nog sneller omzet te maken. De grote modeconcerns die de wereld regeren op modegebied zijn net als het bankwezen alleen maar uit op winst. Zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld verdienen. Hiervoor creëren ze een fantasie, een droomwereld met mooie advertenties en modellen die er allemaal fantastisch uitzien en waarmee de consument zich maar al te graag wil identificeren. Om er zo voor te zorgen dat wij maar blijven kopen. We zijn nu echter op een punt aangekomen dat dit niet meer werkt. Er wordt alleen maar geproduceerd en er wordt totaal niet geluisterd naar wat de consument van nu wel wil. Alle winkels hangen vol met veel van hetzelfde. De winkelstraten lopen leeg. Het schijnt zo te zijn dat tegenwoordig circa 30% van de kleding normaal in de winkels wordt verkocht, 30% in de sale en ongeveer 30% gewoon wordt vernietigd! Kleding zoals die onder andere bij de Primark wordt verkocht is vaak van een zo slechte kwaliteit dat je het na twee keer wassen weg kunt gooien. Kleding is gewoon een wegwerpartikel geworden.

Het roer om

Dit moet anders. De consument vraagt er ook om. Het wordt tijd dat de mode-industrie wakker wordt! Ook op de modeacademies zien ze in dat hun studenten op een andere manier moeten worden opgeleid. Zo koppelt ArtEZ onderwijs aan het bedrijfsleven en wordt er samengewerkt met andere onderwijsinstellingen zoals de Radboud Universiteit. Er wordt meer onderzoek gedaan naar nieuwe technologieën om duurzaam te produceren en naar de nieuwe waarden van kleding. Zo komt er steeds meer vraag naar het verhaal achter een kledingstuk. Hoe wordt iets gemaakt? Welke materialen worden er gebruikt? Ook in modemagazines zie je dit steeds meer terug. De ‘slow fashion’ is in opkomst. Jonge modeontwerpers als Aliki van der Kruijs (http://www.crowdyhouse.com)  en Karin Vlug spelen hier op in. Meer maatwerk en meer lokale producten in kleine oplagen wordt de toekomst. Ook de retail zal in moeten zien dat ze een andere weg in moeten slaan.

Presentatie ArtEZ studenten

Tessa Kreunen presenteert het project ‘Retail repairables’ van studenten van de ArtEZ-master Fashion Strategy. Zij hebben een soort van kwartetspel ontwikkeld genaamd de ‘Retail Repair Kit’. Dit naar aanleiding van hun onderzoek naar hoe retailers zich beter in de markt van nu kunnen zetten. Katya von Vaupel-Klein houdt een presentatie over een ander project van ArtEZ studenten ‘Denim Remix’ genaamd. Hierbij hebben de studenten onderzoek gedaan naar hoe denim gerecycled kan worden, omdat dit het meest vervuilende en schadelijke product in de mode-industrie is. Een kort filmpje hierover illustreert haar verhaal.

Na de pauze

Publiciste en modeontwikkelaar Hasmik Matevosyan verteld kort over haar dialoog met de mode-industrie en hoe zij deze probeert te bewegen naar een meer duurzaam product. Eerst wordt de behoefte geanalyseerd, daarna komt het visualiseren en wordt er getest wat de consument ervan vindt. Pas hierna wordt uiteindelijk het product geproduceerd, in plaats van elkaar klakkeloos te imiteren en de winkels vol te hangen met nog meer van hetzelfde. Om zich vervolgens af te vragen waarom de consument wegblijft. Volgens haar moeten de modeontwerpers met het antwoord komen.

Discussie

Hierop volgt de discussie met Hasmik, José en Anneke. Ze zijn het er over eens dat er teveel mode wordt gemaakt waar niemand op zit te wachten. Volgens José is onder andere door de H&M en het internet de mode-industrie in een stroomversnelling gekomen. Alles moet goedkoop en snel. De mode-industrie is alleen nog maar op de massa gericht. Het is volgens haar een wereld van cowboys. We moeten naar een wereld waarin kleding net als auto’s worden gecustomized, maatwerk net als vroeger. Hasmik: ‘Behoefteanalyse zoals die in de designwereld bestaat is er in de mode nog niet’. Wat moet er gebeuren om de modemarkt te veranderen? Volgens Anneke wordt er nogal minachtend gedaan op de universiteit dat zij een onderzoek leidt over mode terwijl dit toch echt ' serious business', waar heel veel geld in omgaat en waarin een kleine groep heel veel macht heeft. Het is juist een heel belangrijk onderwerp wat ons allemaal aangaat, aangezien iedereen kleding draagt.

Er ontstaat een discussie met het publiek waarin iemand opmerkt dat de jeugd ook bewust moet worden gemaakt welke gevolgen het kopen van goedkope en slecht vervaardigde kleding heeft. Het wordt een soort kip en het ei verhaal. En ik ben van mening dat beiden moeten worden aangesproken, de mode-industrie én de consument. Hasmik: Zo zouden consumenten modelabels meer feedback mogen geven over hun producten, zodat deze zich eindelijk bewust worden van dat ze meer moeten inspelen op de behoeften in de markt. Daarnaast moet de consument meer bewust worden gemaakt hoe vervuilend de mode-industrie is en welke stoffen wel milieuvriendelijk zijn.

Conclusie

Ik vond het een boeiende avond. Het is goed om te horen dat er veel positieve ontwikkelingen zijn en dat er steeds meer lokale initiatieven komen. Dat er veel onderzoek wordt gedaan naar hoe de markt te veranderen en hoe men in de modewereld op zoek is naar alternatieven. Het is ook aan de consument om een keuze te maken en om de mode-industrie wakker te schudden dat men het niet meer accepteert hoe er met het milieu en, wel zo belangrijk, met de arbeiders wordt omgegaan. Wij moeten kritischer kijken naar wat we kopen. Gelukkig begint deze bewustwording steeds meer te groeien, maar er is nog héél véél werk aan de winkel!


Getagd onder

Jacqueline Winnen

Interieurarchitect en ontwerper bij Winning-Design. Band met kunst en cultuur: Omdat ik sterk visueel ben ingesteld hoort dit tot mijn pakket van eerste levensbehoeften. Ik word blij en krijg energie van een mooie film, tentoonstelling, voorstelling of concert. Het geeft mij inspiratie voor mijn werk.