Redbad ziet er wel úit alsof het een film is **
Om een historisch filmepos als Redbad te maken, met honderden figuranten, heb je veel historische kledij nodig. Met een budget van een luttele 7 miljoen euro – peanuts, zouden ze in Hollywood zeggen – moet je creatief zijn. Maar het kan. Regisseur Roel Reiné en producent Klaas de Jong hebben het weten te flikken met re-enactors. Je weet wel, hobbyisten in historische gevechtskledij die doen alsof ze elkaar de hersens inslaan. Ook is het een goede metafoor voor het eindproduct: Redbad doet knap alsof het een film is. Maar dat lukt louter oppervlakkig.
Oké, blijkbaar is de tijd aangebroken voor grote Nederlandse filmepossen. Vaak iets met vaderlandse helden. In 2015 brachten Roel Reiné en Klaas de Jong ons al Michiel de Ruyter: kort gezegd een film over zeventiende-eeuwse mannen die in slow motion omvallen op boten. Nu kunnen we kijken naar het verhaal van de achtste-eeuwse Friese koning Redbad (of Radboud, Latijnse spelling), die de christelijke Franken het hoofd wist te bieden.
Deze heiden Redbad (Gijs Naber) heeft geen zelfbedwang. Wanneer de Franken aanvallen, raast hij als een barbaar op ze af, ten koste van de Friese verdedigingslinie. Het kost zijn vader, koning Aldigisl (Huub Stapel), het leven. Redbad wordt aan een vlot vastgebonden de zee opgeduwd, oftewel geofferd en/of verbannen. Maar hij spoelt aan in Denemarken. Hij vecht, hij trouwt en keert weer terug naar het Rijk der Friezen om zijn plek als legendarische koning op te eisen. Vaak in slow motion.
Potjeslatijn
De opzet is in een oogopslag duidelijk: dit moet de Nederlandse budgetvariant op Braveheart worden. De geschiedenis, voor zover bekend, is in de mal gedrukt van iets wat voor een film moet doorgaan. Het script van Michiel de Ruyter-coschrijver Alex van Galen heeft alleen aan het concept van oorzaak en gevolg een broertje dood. Dingen gebeuren omdat er iets moet gebeuren, niet omdat de plot ertoe leidt.
En ook qua regie zijn er twijfelachtige keuzes gemaakt. De Friezen praten geen Fries, maar Nederlands. Daar valt nog iets voor te zeggen. Maar alle andere volkeren (Franken, Denen) spreken Engels. Dat maakt het natuurlijk makkelijker om Jonathan Banks (Mike uit Breaking Bad en Better Call Saul) te strikken als de schurk van het stuk, Pepijn. Maar dan.
Op een gegeven moment spreekt zelfs St. Willibrord (Jack Wouterse) Engels tijdens een kerkdienst. Die waren toen uitsluitend in het Latijn, dus is Latijn ook door Engels vervangen? Geen idee, want een paar scènes later spreekt een ander clericus het Onze Vader uit… in het Latijn.
Ontwikkeling
De hoofdpersoon maakt in de tussentijd geen karakterontwikkeling door. Een belangrijk punt is dat Redbad onheil bracht aan zijn volk, omdat hij geen bevelen kon opvolgen van zijn vader. Maar wanneer hij meevecht met de Denen, tegen het bevel van zijn aanstaande schoonvader, wordt hij de held van de Denen. Hij hoeft niet te veranderen. Hij leert niets. Hij wandelt zowat per ongeluk het vooraf eigenlijk al veronderstelde heldendom binnen.
Op zich verdient Naber een pluim, omdat hij zonder functioneel scenario toch een boeiende performance weet te geven. Zonder hem was Redbad een stuk moeilijker uit te houden. Verder valt er alleen van te zeggen dat het er tenminste nog uitziet alsof het een film is. Dus als je helemaal geen kritische blik hebt, ga er lekker naartoe!
Getagd onder
-
WatRedbad
-
WaarLUX, Vue, CineMec (Pathé)
-
Website