Till the fat lady sings
Geschreven door Marc van Kollenburg woensdag, 02 februari 2011 21:50
Een dag na de première verschenen tal van lovende reacties op de acteerprestaties van Sanne den Hartogh en Maria Kraakman. Terecht, want met heel weinig middelen en effecten wisten zij een levensechte setting te creëren. Jessie, de rol van Kraakman, begon in het begin van het stuk te kettingroken bijvoorbeeld. Dat deed ze met echte sigaretten, alleen werden die niet echt aangestoken. Toen ze de eerste opstak kwam mij dat nog een beetje 'silly' over, maar al gauw zag ik iemand die aan het roken was, compleet met de heel kleine rokersgebaartjes, even wapperen om de fictieve rook uit het gezicht van de gesprekspartner te wuiven bijvoorbeeld. Den Hartogh en Kraakman spelen alle rollen in het stuk, voornamelijk die van broer en zus. Ze doen dit met verve en weten de toeschouwer tot het einde te boeien met scherpe, bespiegelende en bij vlagen humoristische dialogen.
Maar toch, toen de staande ovatie volgde, had ik het idee dat ik met de rest van het publiek stond mee te klappen, niet dat ik nou zelf zo laaiend enthousiast was. Het einde van het stuk zat me een beetje dwars. The fat lady had naar mijn idee nog niet gezongen. God speelde in het slotbetoog een rol, en dat deed naar mijn idee afbreuk aan het op zich interessante thema van eenzaamheid en zinloosheid. Het feit dat ik mijzelf daar zo zag staan, dat ik mezelf een spiegel voorhield, dát besef ik later, was wel een verdienste van Oostpool.
Jessie is in het stuk ook actrice namelijk, maar ze kan het niet meer: ze walgt van de onechtheid, de mensen om haar heen in de toneelwereld die alleen maar bezig zijn met het strelen van hun eigen ego's. Dat is een gevoel dat even blijft hangen. Walg ik ook zo van anderen? Ben ik zelf één van die onechte mensen? Dat soort vragen speelde door mijn hoofd toen ik na de première de bubbels en de hapjes zag rondgaan tijdens de afterparty. Hoe echt is het wat hier gebeurt? Is iedereen hier uit liefde voor het theater, of vooral om hun eigen ego te etaleren en te laten strelen? Beide waarschijnlijk. Zoals Walter in het stuk zegt: "er is niemand die niet de dikke mevrouw is". Wij allemaal leiden in zekere mate aan de existentiële eenzaamheid die Jessie niet meer kan verkroppen, wij allen wachten tot er weer iets échts gebeurt, tot de dikke mevrouw gaat zingen, als een fantastisch hoogtepunt of op z'n minst een genadig einde van het theater dat het leven is.
Wij zijn allemaal op de één of andere manier verknipt geraakt door onze opvoeding - zij het niet altijd door toedoen van een sarcastische hyperintelligente familie met twee oudere zenboeddhistische broers, zoals in dit stuk. Maar iedereen heeft wel beschadigingen opgelopen en een ego dat de behoefte heeft om gestreeld te worden. We wachten allemaal op die dikke mevrouw én - dat is dan het inzicht dat we krijgen -we zijn die dikke mevrouw zelf ook, voor iemand anders. Hoe? Waarom? Is er hoop? Het stuk geeft geen concrete antwoorden, maar de vragen blijven nog even naijlen, de karakters leven nog even door. En dan weet je dat het goed was!
"Till the fat lady sings" is nog tot en met 4 februari te zien in Huis Oostpool in Arnhem en 18 en 19 februari in Lux, Nijmegen.
Wat: Till the fat lady sings door Toneelgroep Oostpool
Waar: Huis Oostpool
Wanneer: 29 januari 2011
Door: Marc van Kollenburg
Foto's: Sanne Peper




